Ereleden van Vereeniging

Erevoorzitters

 
Em. prof. ir. J.L. de Kroes

30 aug. 1990 - Heden
 
Prof. dr. ir. W.Th. Bähler

12 jan. 1955 - 8 jan. 1984
 
Jhr. prof. dr. G.J. Elias

26 mrt. 1946 - 14 jun. 1951
 
Prof. dr. ing. C.P. Feldmann

4 jul. 1922 - 21 jul. 1941

Ereleden van Vereeniging

 
Prof. dr. ir. W.A. Serdijn

12 feb. 2016 - Heden
 
Prof. dr. ir. R.H.J. Fastenau

12 feb. 2016 - Heden
 
Em. prof. dr. J.J. Smit

12 feb. 2016 - Heden
 
Prof. ir. L. van der Sluis

26 mrt. 2011 - Heden
 
Em. prof. dr. ir. L.P. Ligthart

26 mrt. 2011 - Heden
 
Em. prof. dr. C.I.M. Beenakker

9 jun. 2006 - Heden
 
J. van der Pol

9 jun. 2006 - Heden
 
Prof. ir. H.B. Verbruggen

8 jun. 1999 - Heden
 
Dr. ir. J. Kapteijn

10 mei 1993 - Heden
 
Em. prof. dr. J.C. Arnbak

13 mei 1991 - 20 feb. 2017
 
Prof. dr. ir. E. Backer

13 mei 1991 - Heden
 
Prof. ir. H.R. van Nauta Lemke

3 mei 1989 - Heden
 
Prof. ir. IJ. Boxma

24 apr. 1986 - 19 jun. 2015
 
R. Marks

24 apr. 1986 - 31 okt. 2012
 
Prof. dr. ir. D.E. Boekee

24 apr. 1986 - Heden
 
Em. prof. ir. J. de Haas

23 mrt. 1981 - 29 dec. 2017
 
Prof. ir. J.M. Unk

23 mrt. 1981 - 13 sep. 1983
 
J.J. van der Heeft

4 feb. 1977 - 30 jun. 1994
 
Em. prof. ir. J.L. de Kroes

25 mrt. 1976 - Heden
 
Prof. ir. H.B. Boerema

22 mrt. 1971 - 27 mei 1992
 
Prof. dr. ir. R.M.M. Oberman

25 mrt. 1966 - 19 mrt. 1989
 
Prof. dr. ir. G.H. Bast

25 mrt. 1966 - 12 nov. 1987
 
Prof. ir. M.P. Breedveld

21 apr. 1961 - 25 jul. 1997
 
Ir. J.L. Bonebakker

19 apr. 1956 - 2 apr. 2000
 
Prof. dr. ir. van Soest

25 mrt. 1955 - 30 okt. 1983
 
Prof. ir. F.M. Roeterink

6 apr. 1951 - 20 jul. 1979
 
Ir. P.F.S. Otten

6 apr. 1951 - 4 jan. 1969
 
Prof. dr. ir. J.P. Schouten

22 jan. 1951 - 8 jun. 1988
 
Prof. ir. W. Fontein

16 dec. 1948 - 31 okt. 1993
 
Jhr. prof. ir. J.L.W.C. von Weiler

2 dec. 1948 - 16 sep. 1988
 
Prof. ir. M. de Lange

2 dec. 1948 - 17 dec. 1983
 
Dr. ir. Th.P. Tromp

26 mrt. 1947 - 1 jun. 1984
 
Prof. dr. ir. H.G. Nolen

25 okt. 1938 - 8 apr. 1986
 
Prof. dr. ir. N. Koomans

18 mrt. 1936 - 4 okt. 1945
 
Prof. ir. L.H.M. Huydts

10 okt. 1935 - 23 dec. 1974
 
Prof. dr. ir. W.Th. Bähler

14 mrt. 1933 - 8 jan. 1984
 
Prof. ir. E.J.F. Thierens

22 mrt. 1926 - 2 jul. 1967
 
Ir. H.W.L. Brückman

13 jan. 1919 - 31 okt. 1944
 
Jhr. prof. dr. G.J. Elias

8 nov. 1916 - 14 jun. 1951
 
Prof. dr. ir. ing. H.S. Hallo

10 feb. 1915 - 26 aug. 1966
 
Prof. ir. C.L. van der Bilt

4 dec. 1911 - 3 dec. 1947
 
Prof. G.J. van Swaay

4 dec. 1911 - 8 jan. 1945
 
Prof. dr. ing. C.P. Feldmann

4 dec. 1911 - 21 jul. 1941
 
Prof. ir. J.A. Snijders

4 dec. 1911 - 1 apr. 1922

† Prof. ir. E.J.F. Thierens

Erelid van Vereeniging in de periode van 22 mrt. 1926 - 2 jul. 1967

Elie Johannes François Thierens werd op 28 januari 1882 geboren te Workum. Zijn ingenieursstudie ving hij aan in 1900 aan de Polytechnische School te Delft. In 1904 behaalde hij het diploma van werktuigbouwkundig ingenieur. Vervolgens liet hij zich inschrijven voor de speciale éénjarige cursus in de elektrotechniek aan de Technische Hochschule te Karlsruhe, waar hij in 1905 het diploma van elektrotechnisch ingenieur verwierf.

Tot zijn benoeming tot hoogleraar in 1925 had hij een zeer gevarieerde carrière, die hem in aanraking bracht met vele aspecten van het beroep van elektrotechnisch ingenieur. Van 1905 tot 1907 was hij assistent bij prof. Feldmann in Delft. Van 1907 tot 1909 was hij in dienst bij de Electriciteits Maatschappij Lameyer te Den Haag. Vervolgens was hij tot 1912 adjunct-directeur van de stedelijke fabrieken voor gas en elektriciteit te Leiden. Hier was hij o.a. betrokken bij het uitbreiden van de Leidse centrale met de eerste eenheden voor driefasige wisselstroom en het voltooien van een 10 kV-kabelverbinding naar Noordwijk. In 1912 trad hij in dienst van Lindeteves-Stokvis Handelmaatschappij. Voor dat bedrijf onderzocht hij op Java de mogelijkheden voor de elektriciteitsvoorziening aldaar. In 1917 aanvaardde hij een benoeming tot adjunct-directeur bij de Gemeente Delft. Van 1920 tot 1925 was hij in dienst van de NV Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken te IJmuiden-Velzen, waar hij de leiding had van de 'Afdeling Elektriciteit'.

Per 1 september 1925 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar in de Afdeling der Elektrotechniek van de TH Delft. Hij werd daarmee de bezetter van de kort tevoren toegewezen vijfde leerstoel in deze Afdeling. Deze was bedoeld om de onderwijstaken van prof. Hallo te verlichten en om een aantal nieuwe onderwerpen in het onderwijs in te brengen. Hij ging onderwijs verzorgen in de elektriciteitsvoorziening en verlichting, elektrische tractie en elektromotorbedrijven, in het bijzonder hefwerktuigen. Bovendien verzorgde hij het college 'algemene elektrotechniek' voor niet-E studenten. In 1943 verscheen van zijn hand het studie- en naslagwerk 'Electrische aandrijvingen en Hefwerktuigen ' (Waltman, Delft).

Hij was ook raadgevend ingenieur van de Spoorwegen en van Rijkswaterstaat. Voorts diende hij gedurende vele jaren de normalisatie op het gebied van de elektrotechniek. Hiervoor ontving hij in 1959 de bronzen legpenning van het Nederlands Normalisatie Instituut. Op 3 november 1947 hield hij zijn afscheidscollege.